Na bijna drie hele maanden ‘kamperen’ ben ik het niet hebben van een eigen plekje wel heel erg beu.De stapel nette kleren die ik dacht nodig te hebben wordt bar weinig gebruikt, evenals de jurkjes en korte broeken. Wat overblijft als bruikbare kleding in dit veel kouder dan ingeschatte regenseizoen zijn een paar broeken, shirtjes met lange mouwen en vesten. Ik snak naar mijn eigen bed, mijn eigen spulletjes en de rest van mijn kleding. Maar vooral snak ik naar een thuis. Gewoon gezellig op de bank met een dekentje en wat kaarsjes. Onze eigen foto’s op de kast en de hond weer waar ze hoort; lekker aan onze voeten. Als dan ook het nieuws komt dat onze container is gearriveerd en we de dag erop kunnen verhuizen kan ik wel huilen van opluchting. Eindelijk, eindelijk kan ons echte leven in deze nieuwe stad beginnen!

Het huis waar we de komende vier jaren zullen gaan wonen is prachtig, en heel anders dan de meeste huizen in deze stad. Wat je hier meestal ziet zijn ofwel enorme pas nieuw gebouwde villa’s met een vol beton gestorte tuin om maar zo veel mogelijk auto’s kwijt te kunnen ofwel heel oude huizen met slecht leidingwerk en elektriciteit op een mooie lap grond. Iets er tussenin is zeldzaam en wij hebben het geluk zo’n pareltje te mogen huren. Het huis heeft drie verdiepingen, met de woonkamer en keuken in het midden. Boven zijn drie slaapkamers en onder is een mooi afgewerkte ruimte met open haard en extra badkamer. Deze ruimte grenst met openslaande tuindeuren aan de kleine tuin. Omdat de woonverdieping een balkon heeft is het terras aan de tuin overdekt, wat betekent dat je ook in het regenseizoen buiten kunt zitten. In de tuin, die voornamelijk bestaat uit een gazon met een mooie plantenborder staat een grote bananenboom. Jawel, mét bananen. Maar wat het huis vooral zo bijzonder maakt is het houtwerk. De vloeren en de trappen en kozijnen zijn van prachtig gelakt hout en geven het huis een ontzettend warme sfeer. Precies waar ik zo’n behoefte aan heb na zes weken kamperen in eigen huis en bijna twee maanden hotel. Ik kan dan ook niet wachten om er een gezellig thuis van te maken.

Op de dag van de verhuizing zijn we allemaal al vroeg wakker. Vandaag is dan eindelijk de grote dag. We rijden naar het huis en zien langs de drukke weg vlak bij ons huis een vrachtwagen met een enorme container. Dit kan geen toeval zijn! Thandi en ik stappen uit en zeggen tegen de chauffeur van de vrachtwagen dat hij ons wel kan volgen. Hij is niet erg vriendelijk en spreekt nauwelijks Engels maar lijkt ons te begrijpen want hij rijdt achter ons aan. Helaas gaat het al snel mis want hij rijdt met zijn hoge wagen al in het eerste straatje wat telefoon of electriciteitsdraden uit de lucht en wordt daar niet erg veel vrolijker van. Na dit kleine drama wil hij eerst te voet verder om te kijken waar we wonen. Het straatje waar ons huis aan ligt is echt in belabberde staat. Het loopt steil naar beneden en is niet geasfalteerd maar ligt vol scherpe keien. Daarbij is het smal, en ook hier hangen de stroomdraden over de weg. Zijn conclusie: dit gaat hem niet worden. Hij weigert pertinent het zelfs maar te proberen. Maar wat dan? Na overleg met het verhuisbedrijf wordt er een grote pick-up truck gestuurd. De container zal boven aan ‘ons’ weggetje blijven staan en de inhoud zal in een aantal keren overgeladen worden in de kleine truck en naar ons huis gereden worden. We zorgen met de enorme container voor een hoop bekijks en er heeft zich inmiddels een kleine menigte nieuwsgierige buurbewoners rond de vrachtwagen verzameld. Vlak onder ons huis ligt een krottenwijk. Het verschil tussen hun levens en dat van ons is akelig duidelijk en ik kan me dan ook levendig voorstellen dat het bij sommigen van hen rancune oproept om zo’n hele container vol met luxe te zien terwijl zij moeite hebben met het bij elkaar scharrelen van de dagelijkse levensbehoeften. En dus lijkt me de verleiding wel heel groot om daar een beetje van mee te willen pikken als daar zo’n open container staat. Ik kan het ze niet eens kwalijk nemen. Maar dus is er noodzaak voor een hangslot om telkens als de pick-up volgeladen is de container mee op slot te doen. Tja, maar hoe kom je zo snel aan een hangslot? Inmiddels is de pick-up gearriveerd, volgeladen met een stuk of tien sterke jonge mannen en een dame met onze paklijst. De dame weet raad en loopt naar het dichtstbijzijnde ‘winkeltje’. Het stikt hier van dit soort winkeltjes. Van golfplaten in elkaar getimmerde kleine hokjes vol met van alles en nog wat. En een soort toonbankje vanaf waar je met de heer of dame in het rommelhok kunt spreken. Ze zien er vaak zo rommelig en armoedig uit dat ik er nooit goed in gekeken heb en me heb beperkt tot de modernere supermarkten. Mijn verbazing is dan ook groot als na het vragen om een hangslot de man in dit winkeltje er gewoon een blijkt te hebben! Nog groter is mijn verbazing als we hem eerst even gratis mogen passen, hij te klein blijkt en hij even later tussen al zijn waar ook nog een groter exemplaar tevoorschijn tovert! En ik val bijna van mijn stoel als ik moet afrekenen. Tachtig hele centen maar liefst. Met hernieuwde waardering voor dit soort winkeltjes loop ik even later weg. Dit gaan we onthouden!

En dan begint het circus.. De tien sterke mannen weten van wanten en de dozen met speelgoed, serviesgoed, tv’s en kleding vliegen ons om de oren. Na enkele minuten is de pick-up vol, wordt de container gesloten en rijden we het weggetje af naar ons huis. Daar gaan we op de oprit staan en dirigeren mannen met dozen richting de verschillende vertrekken. Zo doen we dat een uur of vier lang, en dan is de container leeg en ons huis vol. Het uitpakken kan beginnen! De sterke heren helpen nog even met het op zijn plaats zetten van de grote meubelstukken. Bank voor de haard, stoelen rond de eetkamer tafel, kleed onder de salon tafel en ondanks de tientallen nog uit te pakken dozen lijkt het al snel toch op een thuis. De verhuisploeg verdwijnt en terwijl zij ons straatje uitrijden gaat mijn telefoon. Of het schikt als morgen onze lieve viervoeter wordt gebracht. Ja natuurlijk! Met een zucht van verlichting strijken we gedrieën op de bank. Met dekentje. We zijn thuis!