Niets wat je ooit op de Nerlandse wegen hebt meegemaakt kan je voorbereiden op het verkeer in Addis. Het is complete chaos. In het kwadraat. Ten eerste zijn de wegen in schrikbarende staat. Overal zitten gaten in de weg, welke in het regenseizoen met de dag groter worden. Langs de kant van de weg zitten vierkante rioolputten en omdat de regen hier soms ineens met bakken uit de hemel komt en het water dan met een noodgang over de wegen stroomt (heb je op een berg) halen ze daar voor snellere afvoer de deksels van af. Hierdoor ben je continu aan het zigzaggen om ofwel de gaten op of de gaten langs de weg te omzeilen.

Dan heb je de weggebruikers. Het stikt hier van de hele oude auto’s en vrachtwagens. Naast de uitstoot van enorme zwarte rookwolken door de oude techniek en door de onvolledige verbranding op deze hoogte van 2500 meter strandden ze ook nog om de haverklap. En tja, wat doe je dan als je oude bakkie het ineens begeeft? Dan zet je de auto waar dat dan ook gebeurt op de handrem en ga je proberen hem te repareren! Ook midden op de weg? Ja, ook midden op de weg. Ook in het donker midden op de weg? Ja, ook in het donker midden op de weg. Gevarendriehoek en lichtgevend vestje? Nooit van gehoord. Voeg daar aan toe alle voetgangers die lukraak de weg oversteken. Ook de snelweg? Ja, ook de snelweg. Zelfs dames in mantelpakjes springen hier over de vangrail en steken hier gewoon de snelweg over. Ook in het pikkedonker? Ja, ook in het pikkedonker. Dan zijn die wegen vast wel een beetje verlicht? Welnee joh, hoe kom je erbij. En dan heb je natuurlijk nog de ezels, geiten, koeien en straathonden. Ook zij maken gebruik van de wegen en snelwegen. Dat gaat natuurlijk lang niet altijd goed en dus er ligt ook nog wel eens een dier met de poten naar boven. Ook zonder hesje en gevarendriehoek, maar die had ik dan wél zien aankomen.

En dan het rijden zelf. Rekening houden met je medeweggebruikers is hier hoogst ongebruikelijk. Je gaat hier van A naar B en als een paard met oogkleppen op duw je je auto in de gewenste richting. Zaken als rijbanen, verkeer van rechts en voorsorteren zijn hier volledig onbelangrijk. Zo ga je als chauffeur met vier rijen dik op een driebaansweg je geluk beproeven terwijl auto’s links en rechts ook nog even gewoon stoppen om mensen in en uit te laten, of van baantje gaan wisselen. De truc blijkt te zijn: kijk alleen maar voor je en zorgt dat je niks raakt. Als je denkt dat dat wel gaat gebeuren toeter je heel hard, in de hoop dat wat er dan ook links, rechts of voor je te dichtbij komt schrikt. En te dichtbij is dan dichterbij dan 5 cm. Grapje? Nee, dit is bloedserieus.

Maar het aller, allerspannendste zijn de rotondes. Wie op de rotonde zit heeft voorrang? Echt niet! De rotondes staan hier meestal vol. En met vol bedoel ik als haringen in een tonnetje vol. Het is de bedoeling dat je je centimeter voor centimeter tussen het krioelende blik wurmt, en gewoon maar door duwt. Komt er ergens een centimeter vrij? Snel de voorkant van je auto er tussen duwen! En zo wordt je voortgestuwd en hoop je dat je uiteindelijk heelhuids en aan de gewenste kant de rotonde weer verlaat. Waarna je je met een zucht van verlichting weer druk kan gaan maken om makkelijke obstakels als gaten, koeien en voetgangers.

In afwachting van onze auto die nog uit Nederland over moet komen hebben we een klein, oud, heel leuk grijs met blauw terreinwagentje gekocht. En daar moet ik dus in gaan rijden. Na een paar weken als passagier weet ik inmiddels wat ik kan verwachten van het verkeer in Addis en ik moet je eerlijk bekennen dat ik het zelf rijden zo lang mogelijk heb uitgesteld. De meeste mensen beginnen er hier trouwens überhaupt niet aan en nemen gewoon een chauffeur. Als je dan ergens tegen aan zit heb je het in ieder geval niet zelf gedaan. Maargoed, ik ben niet zo van de afhankelijke, en binnen blijven de hele dag is ook zo wat dus ik zal er toch aan moeten geloven. Mijn eerste ritje doe ik alleen. Geen pottenkijkers en als ik het dan niet overleef is de rest van mijn gezin in ieder geval veilig. Ik moet mezelf echt moed in spreken. “Kom op joh, je rijdt al 25 jaar zonder brokken” zeg ik tegen mezelf. “En een watje ben je ook niet!” Ik app nog even snel mijn zusje en waarschuw haar voor mijn aankomend avontuur. En dan pak ik de autosleutels, neem een diepe hap lucht en stap in de auto. Het blijkt minder erg dan gedacht, al heb ik daarna wel enorme spierpijn in mijn handen van het harde knijpen in het stuur. Ik wurm mezelf langs gaten, om beesten en pak zelfs een rotonde mee. Best wel heel erg trots op mezelf ben ik een uurtje later weer heelhuids thuis. Dat heb ik toch maar mooi geflikt! Ik app meteen mijn zus dat ik ook dit obstakel overwonnen heb. “En?”, vraagt ze met een knipoog, “natte broek?”
“Nee hoor!” app ik stoer terug. Om er dan eerlijkheidshalve toch maar achteraan te appen: ‘Maar wel klotsende oksels..”