Het begint te wennen hier. Deze week is de school begonnen en dat helpt enorm.

We zitten dan nog wel in het hotel/appartement in afwachting van onze spullen, maar het feit dat er een beetje routine in de dag zit helpt. Vanmorgen is het zonnig, dus zijn Thandi en ik te voet naar school gelopen. We worden al redelijk behendig in het omzeilen van het drukke verkeer. Ik loop even mee de campus op. Een oase van rust in een hectische stad. Even spieken bij het koffietentje op school of ik andere ouders zie om even wat mee te drinken en wat ervaringen mee uit te wisselen. Dat is zo en me een buik vol cappuccino loop ik een tijdje later de poort van de school weer uit.

Een stukje verderop staat een jongeman met een houten kar vol sinaasappelen. De bak is ongeveer zo groot als drie kruiwagens en ligt tot aan de nok toe vol. De band is een houten wiel met een ring van ijzer er omheen. Geen kans op een lekke band zo, maar het duwen moet lood en loodzwaar zijn. Ik vraag hem wat ze kosten en hij vraagt of ik een kilo wil. Een halve lijkt me nu even meer dan voldoende. Hij geeft me een prijs van 10 birr (ongeveer 40 cent) en ik kan het bijna niet geloven. 40 cent! Bij de supermarkt naast ons hotel betaal ik het viervoudige! Toch kijkt hij blij als ik de sinaasappelen in ontvangst neem en hem de 10 birr betaal. Best wel in mijn nopjes met mijn aankoop loop ik verder. Een paar honderd meter later kom ik langs een provisorisch in elkaar gezet tentje op de stoep vol watermeloenen, bananen en avocado’s. Met de goede ervaring van zoëven nog in mijn achterhoofd vraag ik wat de avocado’s kosten. 15 birr voor een halve kilo. 60 cent dus. Ik koop de avocado’s en loop weer verder. Eigenlijk is het best wel leuk hier bedenk ik me. Het zonnetje schijnt, er zijn op straat lekkere dingen voor een habbekrats te koop en de mensen zijn vriendelijk.

Een stukje verderop zit een bejaarde man in lompen tegen een hek. Eén oog is duidelijk blind maar met het andere kijkt hij me nieuwsgierig aan. Hij bedelt niet maar is overduidelijk hulpbehoevend. In een opwelling pak ik een van mijn zojuist gekochte sinaasappelen en geef hem die. Je kan blijkbaar ook heel dankbaar kijken met één oog, en een golf van medelijden schiet door mijn hele lichaam. Een stukje verderop zit een moeder, ook in lompen, met een peuter van een jaar of anderhalf op haar schoot. Ik duw hem een sinaasappel in zijn kleine handjes en de moeder lacht. De bejaarde vrouw een paar meter verderop ziet het gebeuren en kijkt me hoopvol aan. Daar gaat de volgende sinaasappel in dankbare handen. Een tweede bejaarde vrouw steekt vragend haar handen naar me uit en ook daar stop ik een sinaasappel in. En zo loop ik uiteindelijk zonder sinaasappelen de lobby van ons hotel in. Ja het is hier leuk. Maar zeker niet voor iedereen. En de volgende keer koop ik toch maar een kilo…